Elke hond maakt in zijn leven verschillende angstfases door. Angst hoort daar op bepaalde momenten bij, net als bij mensen.

Angstfases bij honden zijn tijdelijke periodes waarin pups en jonge honden gevoeliger zijn voor prikkels, spanning en onbekende situaties.

In deze blog lees je hoe je hier als hondeneigenaar mee omgaat, en wat hiervan de invloed is op het latere gedrag van je hond.

Eerste angstfase: 8 tot 12 weken

Koop je een puppy van een fokker? Dan vindt deze eerste angstfase plaats wanneer je pup nog niet heel lang bij je woont. Het kan daarom lastig zijn om onderscheid te maken tussen de eerste angstfase en het karakter van je puppy. Door naar subtiele gedragsveranderingen te kijken, kun je deze angstfase op herkennen.

Hoe kun je deze angstfase herkennen:

  •  Je pup kan plotseling bang zijn voor geluiden, mensen of objecten die de pup eerder normaal vond.
  • Terughoudend gedrag, plots schrikken of verstoppen.
  • Tijdelijk minder eetlust of rusteloos slapen (soms).

Hoe kun je je pup helpen:

  • Blijf rustig en positief. Stel je pup zachtjes bloot aan nieuwe ervaringen, maar forceer deze niet.
  • Maak een plan voor het socialiseren van je pup.
  • Beloon nieuwsgierigheid en dapper gedrag.
  • Creëer een veilige en voorspelbare omgeving.

Wat moet je juist niet doen?

  • Je pup dwingen om ergens naartoe te gaan waar de pup bang voor is.
  • Straffen of corrigeren bij angstreacties (dit kan de angst verergeren).
  • Overprikkelen met te veel nieuwe ervaringen op één dag.

Effect op volwassen leeftijd:
Pups die positieve ervaringen opdoen in deze fase, ontwikkelen zich vaak tot stabiele en sociale honden. Negatieve ervaringen kunnen een blijvende impact hebben op hoe je pup op latere leeftijd met mensen, honden of situaties omgaat.

Tweede angstfase: 4 tot 6 maanden

Wanneer de tweede angstfase begint, ken je je pup al wat beter. Waarschijnlijk kun je de start van deze tweede angstfase daarom makkelijker herkennen. Wanneer deze precies begint, verschilt per hond.

Hoe kun je deze angstfase herkennen:

  • Dingen die eerst geen probleem waren, zijn nu spannend (fietsers, vreemde mensen).
  • Je hond kan schrikachtig reageren op onverwachte prikkels.
  • Verminderde focus tijdens training.

Hoe kun je je pup helpen:

  • Herhaal socialisatie, maar bouw het rustig op.
  • Gebruik korte trainingsmomenten met veel positieve bekrachtiging.
  • Blijf voorspelbaar en geduldig.

Wat moet je juist niet doen:

  • Denken dat je hond alles “verleerd” is en daardoor harder gaan trainen of straffen.
  • Je hond confronteren met te veel onbekends in één keer.

Effect op volwassen leeftijd:
Deze fase is belangrijk voor het opbouwen van zelfvertrouwen. Als je hond hierin gesteund wordt, ontwikkelt je hond veerkracht en wordt je hond op latere leeftijd stressbestendiger. Je helpt je hond omgaan met prikkels en je hond leert dat hij dit aankan. Gebeurt dit niet, dan kan dit angst veroorzaken en leiden tot gedrag dat eigenaren als probleemgedrag ervaren.

Derde angstfase: 8 tot 14 maanden

De derde angstfase wordt door veel eigenaren beschouwd als een lastige periode. Bij sommige grotere rassen vindt deze angstfase later plaats.

Hoe kun je deze angstfase herkennen:

  • Onvoorspelbaar gedrag: soms is je hond heel stoer, soms (extreem) terughoudend.
  • Angst voor specifieke dingen (vuilcontainers, donkere steegjes)
  • Regressie in gedrag: dingen die zijn aangeleerd, lijken soms ineens vergeten.

Hoe kun je je hond helpen:

  • Blijf kalm en consequent
  • Verder werken aan vertrouwen: geef je hond keuzes, laat je hond zelf dingen ontdekken.
  • Wees alert op beginnend “probleemgedrag” en schakel op tijd hulp in als je deze nodig hebt.

Wat moet je juist niet doen:

  • Verwachten dat je hond zich aanstelt of expres onzeker doet voor aandacht.
  • Verwarring zaaien door inconsequent gedrag van jezelf. Je hond heeft jou nodig als stabiele basis.

Effect op volwassen leeftijd:
Honden die goed worden ondersteund in deze angstfase, komen hier sterker uit. Veel probleemgedrag op volwassen leeftijd (zoals angst voor andere honden of verlatingsangst) vindt zijn oorsprong in deze fase.

Angstheropleving op latere leeftijd

Hoewel de angstfases in de jeugd plaatsvinden, kunnen ook volwassen honden tijdelijke terugvallen ervaren.

Bijvoorbeeld bij:

  • Grote veranderingen als een verhuizing of gezinsuitbreiding.
  • Trauma of plotselinge negatieve ervaringen.
  • Lichamelijke ongemakken of pijn.

Wat te doen bij angst op volwassen leeftijd:

  • Observeer of je een patroon of trigger kunt herkennen.
  • Ga na of er medische oorzaken zijn. Laat je hond controleren door een dierenarts en/of fysiotherapeut.
  • Merk je een patroon en herken je de trigger(s)? Zoek hulp bij een professional.

Elke hond doorloopt angstfases op zijn eigen manier. Wat jouw hond het meeste nodig heeft, is een eigenaar die kijkt, luistert en begeleidt zonder oordeel. Als jij leert herkennen wat je hond doormaakt en nodig heeft, bouw je aan een stevige vertrouwensband die een hondenleven lang meegaat!

Wil je meer leren over het omgaan met angst bij honden? Heb je het gevoel dat je hond is blijven steken in een angstfase? Neem gerust contact op!

Similar Posts